Ondernemen in Vlaanderen

Het zal aan de ICTQuiz van donderdag gelegen hebben, en het ietwat wazige vrijdagnamiddaggevoel na een te korte nacht, maar vrijdag was ik dus verliefd. Nee, in dit tijdperk van de nieuwe man mogen ook wij mannen zonder gène aanspraak maken op dergelijke basale emoties.

Verliefd ben ik namelijk op mijn klanten. Het zijn stuk voor stuk fijne mensen, want ach ja, het zijn natuurlijk bedrijven en organisaties, maar toch ook vooral mensen die voor ons gekozen hebben.

Helaas is mijn verliefdheid gedeeltelijk platonisch: er is wel degelijk sprake van een uitwisseling van geneugtes (strikt zakelijk: het betreft hier het liefdesspel van dienst, factuur en betaling), maar de afstand is vaak te groot om, zoals dat in juridische relatietermen dan gezegd wordt, de relatie volledig te consumeren.

Véél van onze klantentoppers bevinden zich immers aan de overkant van die grote plas, je weet wel, die ex-minister Moerman en haar gevolg vorig jaar nog overgestoken hebben om er de kwaliteiten van Vlaanderen als innovatieve partner inzake ICT aan te prijzen.

Het moest toen lukken dat Cisco zich op haar pad bevond, want één van onze overzeese klanten bevindt zich letterlijk in de achtertuin van deze Amerikaanse netwerkreus.

Mijn pre-sales traject dat tot deze klant leidde beperkte zich toen overigens tot een coach class ticketje heen en terug Silicon Valley, geen handelsmissie met toeters en bellen, en hoewel het mijn bedrijf twee contracten met buitenlandse bedrijven opleverde, was de economische impact voor Vlaanderen in zijn geheel eerder verwaarloosbaar te noemen. Maar toch.

Donderdagavond, nog net voor ik in de wagen sprong met mijn dierbare collega's om richting Mechelen en de ICTQuiz te stuiven, belandde er nog een liefdesbrief in mijn elektronische postbus. Eén waarin, in gevleugelde bewoordingen, een vriendelijke dame van een buitenlandse gouvernementele aankoopdienst me wist te vertellen: de Canadese kustwacht voorwaar, die (met mondjesmaat natuurlijk, en met regelmatige tussenevaluaties), haar liefde wil betuigen aan deze verre Belg.

The Crown, the Queen-mom herself: is het niet heerlijk poëtisch te denken dat zij in al haar wereldse wijsheid onzediensten als waardevol beschouwt? Dat na afloop van dit project de gezamenlijke matrozenvloot alginder zal getraind worden met een e-learning omgeving gebaseerd op ons eigen Daisy CMS?

De handelsmissie betrof ook hier weer een vluchtje (of twee, drie, want er is ginder meer land dan hier, en men neemt er al eens vaker een vliegtuig) heen en weer in economy class, wederom in mijn uppie, zonder excellenties noch journalisten aan mijn zijde. Een hamburger in de luchthaven, wat gestolen uurtjes self-sight-seeing in de winterse Canadese bossen, en -hop- terug naar onze Vlaamse klei.

Liefde is iets ongrijpbaars, en mijn relationele intelligentie is nauwelijks in staat om mij tot één of ander strategische vorm van baltsgedrag te verleiden, maar als ik de vakbladen consulteer, dan valt me vaak op hoe zeer we met zijn allen "hung up" zijn rond Grote Projecten en Grote Producten. Rond de Belgische telecombedrijven en banken hangt een hardnekkige zwerm van semi-vaste consultants, en een project of product kan maar beter groot, bijna revolutionair en bij voorkeur "out of control" aan het gaan zijn vooraleer het de bladen haalt. Terrabytes, grid computing, petaflops, liefst beursgenoteerd of toch minstens met die ambities.

Het valt me op dat een Belg graag vreemd gaat, althans toch wat betreft zijn ICT bestedingen. Vreemd en vooral ook groot. Banken, multinationals, CIOs, business aligneren met IT, dure platformen, content distributie networks en proces management systemen, grote projecten van vele manjaren. Het moet groot en duur en ingewikkeld klinken, en bij voorkeur door kleur- en steenrijke buitenlandse CEOs aan de man gebracht worden.

Ik hou het graag op mijn eigen kleine verliefdheid. Ik heb fijne klanten, lokaal én internationaal, die door de ballon durven prikken hebben, en die onbevreesd hier in België durven inkopen. Het klinkt wellicht zeer belegen om in een tijdperk van globalisering en global sourcing nog een pleidooi te (durven) houden voor een bescheiden vorm van lokale fierheid, maar ah, hier was slechts een verliefde ziel aan het woord.

Een weldenkend mens weet evenwel wat voor gevolgen een Walmartisering kan hebben, dus laat ons dan in onze weldenkende IT industrie vooral proberen om toch maar buiten die lijntjes te blijven kleuren.

Plan B

Ik heb, denk ik, geen zittend gat als het gaat over nieuwe dingen doen. Ik verveel me vrij snel als er geen extra stimuli zijn, en enige wispelturigheid of toch zeker een drang naar afwisseling of verandering is me niet vreemd: ik ben graag met verschillende zaken tegelijk bezig.

't Was vrijdag dan ook een leuke dag: mijn recensie van Plan B was klaar voor Gentblogt, en ik heb uitgebreid een kandidate van een miss-verkiezing geïnterviewd. En ik mocht ook een prijsje gaan ophalen in Brussel voor een wedstrijd waar ik aan deelgenomen had. Het meest fier was ik echter op mijn "eerste" recensie. Niet dat ze zo uitzonderlijk goed of spitsvondig was, maar gewoon het besef dat ik - met liefde voor het onderwerp - me kan verdrinken in een nieuwsoortige activiteit, en daar toch wel wat voldoening uit kan halen. Niet zozeer de gedachte dat er een publiek is voor wat ik schrijf of maak, maar vooral het creëren zelf.

Ooit heb ik eens een vurige discussie gehad met een vriend-kunstenaar, over dat kunst een publiek vereiste, dat je jezelf geen artiest kon noemen als er niemand kwam kijken. Nu besef ik dat ik het toen wellicht aan het verkeerde eind had: de jacht is mooier dan de vangst, de daad mooier dan het resultaat.

De splinterbom van Plan B

zondag 7 oktober 2007 8u24 | Steven Noels.
Trefwoorden: geert mareels, plan b, politiek, recensie.

Recensenten, ik lees ze iedere week. (rv), en (mm) vroeger, in de Humo, en iedere keer weer vraag ik me af wat nu eigenlijk het subtiele verschil is tussen een recensie en een column. Want is niet iedere recensent een gefrustreerde producent, en is Frank Vander linden van De Mens niet de enige (muziek)recensent die het ooit tot volwaardig kunstenaar geschopt heeft?

Tot zover echter de woordkramerij die louter tot doel heeft een indruk van belezenheid of algemeen culturalisme op te wekken, tot zover de geveinsde zelfkritiek, laten we nu maar werk maken van waar het hier wél over gaat: ik heb een boek gelezen.

Een fijn boek, over een fijn onderwerp, van een fijne auteur. Fijn omdat boeken nu éénmaal fijne dingen zijn, omdat politiek en zeker de playmobil-politiek van dit mooie Belgenland nu éénmaal fijn is in al zijn brave onschuldige kleinschaligheid, en nog eens tweemaal fijn omwille van de auteur zelf.

Geert Mareels namelijk - u leest zijn blog toch ook? - is een ex-kabinetard die het tot structureel overheidsmeubilair geschopt heeft, door daar het bijzonder zinvolle CORVE te leiden. CORVE is de Vlaamse Klei-versie van Fedict, en die doen leutige dingen rond e-governement. Geert is ook de man die (niet om te lachen) zichzelf al fietsend bijna dood reed, wat een goede quote voor de achterflap opleverde, en Geert is - denk ik, want ik heb de mens nog niet mogen ontmoeten - vooral een Gentenaar van het puurste, lees tegendraadse allooi.

Geert heeft, en dat is op zich al lovenswaardig, naast al die drukke bezigheden ook een boek geschreven, dat “Plan B” als titel meekreeg, en de wereld is ingestuurd onder het klasseeretiket “satirische politieke sleutelroman”.

Mijn onervarenheid als recensent echter niet uit het oog verliezend besloot ik het boek te lezen als, gewoon, het eerste boek van een mij verder onbekend auteur, en niet al teveel acht te slaan op alle classificaties en stijlpatronen waartegenover nieuwe boeken ongetwijfeld moeten getoetst worden. Ik ben een amateur, immers.

Van Geert zijn politieke inzichten kan dat evenwel, gezien zijn jarenlange ervaring in verschillende (rode) kabinetten, allerminst gezegd worden, zijn schrijverschap dan weer ontbloot een soort jeugdige gedrevenheid die men bij midlife-debutanten niet meer zou verwachten. Het is niet allemaal even literair, en de puzzelstukjes passen soms net iets te snel in elkaar: storm en drang is wat de lezer doorheen het verhaal moet stuwen.

Plan B is een fijn boek, zei ik reeds. Het werpt een boeiend maar toch ietwat stigmatiserend licht op het bedrijf dat politiek heet, met het obligate “macht corrumpeert” als rode draad. De verhaallijn, onderbroken door een reeks flash forwards als (voor mij) overbodig stijlfiguur, is duidelijk en helder: de namen en kleuren van de vele personages vallen vlot op hun plaats.

Plan B speelt zich af in de nabije toekomst, nadat een Pim Fortuyn-variant van het Blok de verkiezingen dreigt te winnen met een absolute meerderheid. De democratische partijen vinden er niet beter op dan de verkiezingsresultaten te vervalsen. Beginnend journalist Tim Dexters legt dit schandaal bloot, en plots verkeert het land in staat van crisis. Acteur (?!) Jozef Conrad uit de poli-reality-soap Bartels wordt aangezocht om het land als dictator te leiden, maar naarmate het verhaal vordert blijkt echter dat steeds dezelfde poppenspelers de touwtjes in handen blijven houden.

Ik kon me tijdens het lezen niet van de indruk ontdoen dat Geert net iets te gretig uitpakt met insinuaties en sappige roddels uit de buurt van het park van Brussel. De dames en heren politiekers, die ongetwijfeld met gretigheid het boek zullen doorworstelen op zoek naar een eventuele vermelding, hebben daar ongetwijfeld een boodschap aan, voor de gewone - eventueel zelfs kritisch-denkende - burger lijkt het me koren op de molen van de anti-politiek. Of een bevestiging van wat we altijd al vermoed hebben: de partijvoorzitters en de media, die hebben de touwtjes van de macht pas écht in handen. Getuige ook de scherpe uithalen van Caroline Gennez aan het adres van de auteur: het is altijd spijtig als ideologie het moet afleggen tegen machtshonger, zelfs als deze in een mediagenieke verpakking komt.

Geert Mareels schetst geen al te verheffend beeld van onze inlandse verkozenen en hun gevolg. Hij doet dat op een aangename verhalende manier, soms zelfs in een Aspiaans-aandoende stijl. En heel af en toe flakkert zijn bloedrode ideologische vuur op tot aan de oppervlakte: verkiezingsuitslagen, “valser nog dan een Israëlisch vredesvoorstel”. Nou.

Ik zal graag zijn tweede boek lezen, al is dat gelijk ook mijn grootste twijfel. Wordt Mareels na dit zacht-sensationele boek monddood gemaakt, of is zijn Atoma-schriftje met vettige roddels bij deze al leeg geschreven?

Plan B, Geert Mareels, uitgeverij Manteau. ISBN 9789022321881, ca. 19.95 EUR.

(Dit verscheen eerder op Gentblogt.)

Update: de recensie gerecenseerd. Tinterweb, leutig hé.