Producten vs Profielen

Dit weekend mochten we het in De Tijd nog eens vernemen: Vlaamse bedrijven zijn slapjanussen op de internationale markt. Zo titelt Dries Bervoet immers boven zijn paginagroot artikel, waarbij de usual suspects nog eens voor de microfoon gehaald worden om de theorie te bewijzen, Peter Hinssen op kop: Vlaamse ondernemers zijn nerds zonder imago. Een aantal pagina's verder is er ook een spread met Rob Heyvaert, waar naast wat knappe foto's toch ook twee kolommen gespendeerd worden aan zijn modelrol voor homo's. Diepgravende journalistiek.

Het moet gezegd worden, als Vlaams IT ondernemer met een internationaal relevant product werkt het stimulerend om dergelijke heren de vinger vermanend te zien opsteken, maar de praktijk van alle dag doet me een andere bedenking maken: bij deze dus.

Allereerst moet het Rob nagegeven worden dat hij - na een cash-in voor Cimad in 1995 - niet badinerend op de lauweren is gaan rusten, maar met CapCo een volgende avontuur startte dat intussen factoren groter geworden is. Dat mag al eens een les zijn voor andere dotcom-alumni: put your money where your mouth is - ook een Valley-idioom.

De successen die toentertijd geboekt geweest zijn in dotcom-land mogen ook in perspectief geplaatst worden: grote bedrijven als IBM en Alcatel, en met hen wellicht anderen, hadden toen werkelijk géén benul van wat ze met het internet aan moesten, en telden dan ook exorbitante sommen neer voor alles wat naar het internet en nieuw en modern rook. De enkelingen die daar van beter geworden zijn - het weze hen gegund - zouden met hun bedrijfjes uit die tijd nu geconfronteerd worden met een meer realistische valuatie. Vanuit hun toenmalige luxepositie observaties poneren over een hedendaagse realiteit die toch wel enigszins minder comfortabel is, het laat een mild-wrange smaak achter bij bevoorrechte getuigen.

Nu, eerder dan de vinger te wijzen naar de ondernemer of kapitaalsverstrekker, wil ik een andere observatie maken: Vlaanderen (of België, wat maakt het uit), heeft geen interne markt voor producten, en al helemaal geen productcultuur. Ik verklaar me nader.

De overheid maakt het ons tegenwoordig gemakkelijk door meer en meer aanbestedingen via het e-procurement platform aan te bieden, en samen met mij vinden wellicht heel wat ondernemers iedere ochtend een mailtje in hun inbox met noden en wensen van de overheid op die dag. De tool laat net genoeg aan gebruiksvriendelijkheid te wensen over om mijn stelling met factuele cijfers te onderbouwen, maar in de periode dat ik op deze dienst geabonneerd ben is het aantal projectaanvragen met productinsteek op één hand te tellen geweest.

De overheid, toch één van de belangrijke IT klanten in ons land, voorziet namelijk in oplossingen rond automatiseringsbehoeftes door het inhuren van profielen. "Profielen", ik spuug stilaan van het woord. Men zoekt namelijk geen oplossing voor het beheren van documenten, of een nieuw facturatiesysteem, nee, "profielen" worden ingehuurd, die dan hopelijk zonder al teveel instructie, door hun fysieke aanwezigheid een aanzet tot oplossing gaan belichamen. Ik wil ze geen eten geven, de legioenen .Net, Java, SAP en Oracle profielen die dag aan dag het warm water heruitvinden bij hun respectieve klanten, niet zozeer om redenen van noodzaak, maar eerder omdat ieder uurtje een factuurtje wordt, en ze dus alle belang hebben bij het rekken van hun aanwezigheid.

Vergelijk dat met een markt waar productcentrisch gewerkt wordt, waar oplossingen gezocht worden, vaak lokaal, bij bedrijven die fixed-price totaalprojecten, producten en toegevoegde waardediensten leveren, en er zou al meer reden tot lokaal productondernemerschap zijn.

Hier in Vlaanderen is de regel schijnbaar ook dat producten het best uit het buitenland komen, terwijl in de buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland bloeiende productbedrijven een geïnteresseerd en loyaal lokaal clientèle vinden om zo een stevige basis op te kunnen bouwen voor internationale expansie. Want ik wil ze evenmin eten geven, de vloed aan Nederlandse bedrijven die nu over onze staatsgrenzen struikelen met specialty-solutions voor (bijvoorbeeld) lokale overheden. De Schengen-grenzen staan duidelijk slechts in één richting open.

Weinigen maken zich de bedenking dat die buurlandse bedrijven ooit ook lokale kansen moeten gekregen hebben, om oplossingen te leveren aan de hand van producten eerder dan profielen.

Misschien dat klanten, media en kapitaalsverstrekkers daar eens moeten op focussen. Mensen maken uiteindelijk inderdaad het verschil, maar het mag wel iets meer zijn. Geef een ondernemer een kans, en hij zal die grijpen. Geef je ons geen kans, kom dan ook niet zeggen dat we niet ondernemend zijn. Dat doen we dan wel in het buitenland.

(Deze tekst verscheen ook op De Tijd blog.)