Lasten en lusten

Ik lees, zoals velen wellicht, met enige aandacht Bruno's stukjes over zijn "statutenprobleem". Ik ben, zoals héél weinigen hier lokaal, iemand die een jaar of zes geleden daad en woord beginnen combineren is. Dries is er onlangs ook mee gestart, en ik dacht dat er nog ergens een Waals bedrijfje was die een CRM pakket onder een open source licensie naar buiten brengt - ooit was ik aan een overzicht begonnen maar het sop was de kool niet waard. Daarnaast ben ik, mag ik intussen toch wel zeggen, bevoorrechte getuige geweest bij een aantal andere "open source meets business" initiatieven. Die daarom niet per sé allemaal gelukt zijn.

Ik zal beginnen met mijn sympathie voor Bruno te betuigen. Ik heb hem al een paar keer mogen ontmoeten, en 't is nen toffen. Een beetje principieel, maar -hey- dat wordt mij ook al eens verweten. En wat hij en zijn Portugese compaan (wiens bijdrage niet licht mag vergeten worden) met iText verwezenlijken is zondermeer knap te noemen.

Na het lezen van zijn stukje "Duiding" bleef ik echter met een ambetant gevoel achter. Ik zie een discours waar een zekere logica achter zit - en ik was niks anders verwachtende van Bruno, maar toch heb ik het  gevoel dat die logische lijn niet helemaal eerlijk is.

FUD

Wat Bruno doet, is een slechte zaak voor de andere open source initiatieven in België. Bedrijven als (bijvoorbeeld!) Microsoft en SCO hebben zich jaren uitgeput in het verkondigen van een boodschap van onduidelijkheid inzake open source licensies. De licensies zijn niet betrouwbaar, er zitten clausules in die het gebruik door bedrijven lastig zouden maken, etc etc.

Eén van de redenen waarom wij héél duidelijk voor de Apache licensie gekozen hebben voor Daisy, is omdat we onszelf willen onthechten van deze discussie. Daisy kan vrij gebruikt worden, punt uit. Geen truukjes. We vertrouwen erop dat mensen die intensief gebruik maken van Daisy, onvermijdelijk terug bij ons terecht komen. Dat lukt natuurlijk niet altijd. IBM maakt al jaren gebruik van Daisy, we krijgen daar niks voor terug. Of toch wel: heel goede bugreports. Een testomgeving waar we zelf alleen maar kunnen van dromen. Je ziet: alles heeft zo zijn voor en zijn tegen.

De situatie die Bruno nu creërt rond iText is -euh- onheimelijk. De NMBS zou een licensie van iText moeten aankopen (waar? bij welke entiteit? en wat krijgen ze daar voor in ruil? support? een SLA?). Google ook. De Vlaamse overheid. Bruno mikt duidelijk op de grote organisaties - met cash in de zakken.

Op deze manier wordt een sfeertje gecreëerd alsof open source producten à la tête du client aan de man gebracht kunnen worden - een soort willekeur die m.i. haaks staat op clausule 6 van de open source definitie. Zoiets is koren op de molen van de smaldenkende lokale IT aankoper (of journalist!) die nu zal zeggen: liever een duidelijke prijslijst en contract met een klassieke commerciële leverancier met een "gesloten" product, dan marchanderen met een open source project.

Ne mens moet kiezen

Bruno stelt dat hij verplicht wordt tot ondernemerschap. Laat ik daar enerzijds op zeggen dat ik hoop dat het toch zijn bewuste keuze wordt, en hem het ondernemerschap anderzijds warm aanbevelen. Hij heeft nu al het relatieve comfort dat hij hierin kan begeleid worden door UGent TTO - een luxe die wij niet kenden.

En verder, eigenlijk waar ik in het vorige blokje al op alludeerde: als je wil dat bedrijven of organisaties een betalende licensie nemen op een stuk open source software, dan ben je verplicht daar iets van waarde tegenover te plaatsen. Een support contract, een telefoonnummer waar klanten kunnen naar bellen. Daar heb je een organisatie voor nodig - mensen op de payroll en zo. Bij ons, voor Daisy e.a. betekent dat heel concreet dat je met drie genoeg moet verdienen om er vijf te onderhouden. Je wordt daar niet rijk van, als dat al de bedoeling mocht zijn. Of je verandert de algemene licensie natuurlijk, en je maakt er gewoon een commercieel product van.

Maar dan kom je in een context terecht waar 50% van het budget richting marketing en productinnovatie moet gaan. Dat je aan channel- of partnermanagement moet doen. Op beurzen moet aanwezig zijn, een stand huren voor 1500 tot 3000 EUR voor twee dagen (ik spreek uit ervaring).

Maar los daarvan zijn dit allemaal betrekkelijk eenvoudige, maar persoonlijke keuzes. Ik wil het discours van Bruno in deze zeker blijven volgen, maar de beslissing én de realisatie zijn toch van een zeker "allerindividueelste uiting" gehalte. Je kan niet zeggen dat je niet wil ondernemen, en doen alsof inkomsten een soort toevallig kwaad zijn, als je al jaren aan de kar aan het trekken bent: als je op het springkasteel wil dan moet je je schoenen uittrekken, iets wat Dries nu bijvoorbeeld gedaan heeft. Daar is niks mis of juist aan - dat is gewoon jezelf in een context brengen waarin je nog méér tijd kan stoppen in je dromen, dat is zoals een skier die overstapt van huur-ski's naar zijn eigen materiaal.

Conclusie

Het algemene thema van Bruno's stukjes en de weerklank ervan in de -juk- blogosfeer is er niet één van bloggers, advertenties en de staatskas. Had Bruno iText niet gemaakt, dan was er geen inkomstenprobleem. Ik kan me voorstellen dat ZV ook snel een bedrijf geworden is toen bleek dat de advertentie-inkomsten substantieel werden. Enfin, twee conclusies:

Een blogger die véél geld verdiend met zijn blog, is een ondernemer. In bij- of hoofdberoep, dat doet er niet toe, maar het is een sociale plicht om belastingen te betalen op dergelijke inkomsten.

Geld verdienen met open source is tricky business. We geven onszelf soms niet toe hoe tricky. Dat het voor ons werkt, is het resultaat van duizenden kleine beslissingen, vaak erg gevoelsmatig, over zes jaar tijd. Maar wél beslissingen die wel zelf genomen hebben. En vooral het vertrouwen en de overtuiging dat duidelijkheid, openheid én een goede service op de middellange termijn tot stabiele klantenrelaties moeten leiden. Outerthought heeft in de voorbije zes jaar héél weinig energie in PR gestopt, en toch zorgen we intussen voor vijf inkomens. Met een product dat nog geen 5% van de reachheeft van -pakweg- een iText of een Drupal. Dan lijkt het me logisch dat Bruno's pleinvrees ongegrond is, toch?

Pacific Wisdom

't Is eens wat anders op een zondagnamiddag: neem uw kinderen mee op bootbezoek. Niet zomaar een bootje, of een veerpont, nee: een oceaanschip.

Ingrediënten:

  • men neme de wagen, het kon in deze ook de fiets geweest zijn, en men rijdt het verboden rijk van de Gentse haven in, op zoek naar een grote boot
  • het helpt natuurlijk als je vlakbij de haven woont, en je gezien hebt dat er een groot vrachtschip aangemeerd ligt in het Zuiddok
  • je loopt wat onbeholpen rond op de kade met een 5-jarig meisje en een 10-jarige jongen in je kielzog, terwijl je weet dat je daar eigenlijk niet mag rondlopen
  • wanneer de bemanning nieuwsgierig kijkt wat dat gekke trio komt doen bij hun schip dat intussen gelost wordt door van die gigantische kranen op wieltjes, haal je de vooraf afgesproken smoes boven (zodat de eerlijke opgevoede kinderen je niet door de mand laten vallen)
  • "Speak english, sir? My kid, homework for school, pictures of boat. Big boat. Can we come in?"

Wat volgde was een halfuurtje in een andere wereld. We betraden er immers een stukje China, Hong Kong meer bepaald, want géén van de bemanningsleden had een visum dat hun toeliet om bijvoorbeeld in Europe de vlieger terug naar huis te nemen. Onze gids, de second officer, was  zodoende al 9 maanden van huis, "and this boat no yearly return home. Nice daughter." "Five years old." "I have boy. 4 years." Je voelde zijn hart breken.

Waarop drie bemanningsleden, allemaal jonge vaders wellicht, een foto wilden voor zichzelf, en hun familie thuis wellicht, van zichzelf met Saar op hun arm. Een soort surrogaatdochter voor 30 seconden. Vanavond of morgen vertrokken ze naar Noorwegen. En dan terug naar China? "No sir, we don't know."

Pacific Wisdom, nr. 9001801. Hopelijk komen jullie ooit nog eens thuis, jongens.

Kapitein

Ik ben een kapitein op de brug van een containership. Een schip vol FTE-doosjes, hoe hard ik ook walg van die term. Met spreadsheets en een rekenmachine fröbel ik 2008 bij elkaar: inkomsten, raamcontracten, personeel, omzet, kosten, opportuniteiten, investeringen.

Je zou denken dat ik de mensen achter de blokjes aan het vergeten ben. Niks is minder waar: eigenlijk is er alléén maar goed nieuws, het lijkt er op alsof 2008 quasi-volledig onder dak zit, en we gaan (wéér!) moeten/mogen/kunnen aanwerven.

Maar het zijn mensen, maten, collega's, makkers, mijn containerblokjes, en ik ben zó zenuwachtig dat ik ergens een ijsberg ga missen op mijn spreadsheet-radarscherm: ik wil ze niet ontgoochelen, ik wil zekerheid teruggeven in ruil voor vertrouwen.

Het zou mooi moeten worden, en hoewel ik twijfel tussen de zekerheden door, lijkt het alsof 2008 een cruciaal jaar wordt voor ons.

We gaan voor weinig klanten véél werk verzetten, we gaan een nieuw kindje op de wereld zetten, we gaan allemaal moeten (g)roeien om voort te kunnen met de riemen die we hebben. Ik weet dat we het talent hebben, maar ik zou de laatste zijn die durft zeggen dat we daarom niet durven twijfelen aan ons eigen.

Zo spannend.